Marnix zit naast zijn vriendin. Hij slaat speels op haar knie en botst met zijn schouder tegen die van haar. “Nou, daar zitten we dan… bij de seksuoloog…” lacht hij een beetje ongemakkelijk. “Hoe vind je het om hier te zijn?” Vraag ik zo casual mogelijk. “Oh, helemaal prima… ja! Want we hebben een heel gemiddeld seksleven, twee keer per week… helemaal prima dus!” Zegt hij. Lot zit er stilletjes naast.
“Nou wat fijn, dat het zo goed gaat,” reageert ik. “Maar vertel eens, waarvoor komen jullie bij mij?” Dan vertelt Lot over de irritaties die ze over en weer hebben en dat ze zich langzaamaan steeds minder verbonden met elkaar voelen. “Dit speelt al een tijdje, eigenlijk sinds de geboorte van ons tweede kind. Het had toen ook z’n weerslag op ons seksleven, waardoor dat bijna stil kwam te liggen,” vult Marnix aan. Lot knikt beamend.
“Oh, maar jullie hebben dat dus wel weer op weten te pakken… twee keer per week, toch?” Ik kijk Marnix en Lot vragen aan. “Dat klopt,” begint Marnix, “ik had in een tijdschrift gelezen dat seks verbindend werkt en dus heel belangrijk om te blijven doen… Anders raak je de connectie kwijt.”