Katja zit in een kleurige legging tegenover me op de bank. Haar witte sportsokken, hoog opgetrokken, prijken boven haar hippe gympen. “Na de bevalling heb ik natuurlijk allerlei oefeningen gedaan, via YouTube en bij een fysio. Maar mijn lijf werd niet beter…”
Ze zucht en legt haar handen op haar buik. “De diastase ging niet weg?” Vraag ik. “Niet genoeg, nee. Dus uiteindelijk heb ik een operatie gehad om mijn buikspieren bij elkaar te brengen.” Ze kijkt naar beneden en wrijft over haar lijf, net onder haar navel. “Nu is mijn buik platter, maar heb ik een groot litteken… Ik vind het zó lelijk!”
Dan kijkt Katja me bevlogen aan en zegt: “Voordat je gaat zeggen dat ik ‘meer ben dan mijn lichaam’, dat ‘elk mens wel een litteken heeft’ of dat het ‘een herinnering is aan de geweldige prestatie die mijn lijf geleverd heeft’… Dat weet ik inmiddels wel, dat zegt iedereen. Maar het helpt niet!” Op een ietwat uitdagende manier wacht ze mijn reactie af.
“Vertel eens Katja, wat vind je er dan zo erg aan?” Reageer ik rustig. “Ja, uh… Jeetje. Dat is lastig om onder woorden te brengen,” hakkelt ze. Nu is het mijn beurt om af te wachten.