Sivan pakt een kussentje dat op de bank ligt en omklemt het met beide armen. “Ik voel me gewoon niet echt verbonden met je,” zegt ze vervolgens tegen haar man. “Ja, dat weet ik nou wel,” reageert hij licht geïrriteerd.
“Dat zeg je thuis ook vaak genoeg tegen me. Daarvoor hoeven we hier niet te zitten.” Sivan zucht, herpakt zich en probeert het opnieuw. “Ik voel me gewoon… tja, hoe leg ik dat nou uit… geen echt stel, snap je dat?” Toon wrijft over zijn voorhoofd. “Geen stel, okay… maar ik ben altijd thuis voor het eten en we zitten bijna elke avond naast elkaar op de bank. We spenderen heel veel tijd met elkaar!” Zijn irritatie groeit, wat duidelijk te merken is aan het volume van zijn stem. “Maar toch voel ik het niet,” zegt ze, “dat we echt samen zijn.” Tranen beginnen op te wellen.
“Ik ga even onderbreken,” zeg ik gedecideerd. “Graag!” Reageert Toon kort. “Ik heb het gevoel dat jullie allebei iets duidelijk proberen te maken, maar de ander het niet goed hoort. Klopt dat?” Beiden knikken.
“Toon, je geeft aan dat je veel tijd met Sivan samen bent en het klinkt alsof dat niet nog meer kan worden, correct?” Vraag ik Toon. “Ja, ik ging op woensdag altijd poolen en zelfs dat heb ik afgezegd, omdat zij…” hij maakt met zijn vingers haakjes in de lucht en gaat met een kinderachtige stem verder, “…zich niet verbonden voelde.” Sivan schuift naar voren op de bank.