Jesse en Maartje, een stel van begin dertig, geven aan dat ze elkaar niet meer als geliefden zien. “Het voelt gewoon alsof dat voorbij is,” zegt Jesse. Waarop Maartje aangeeft er hetzelfde in te staan. “Maar uit elkaar gaan is zoiets groots. We hebben een prachtig leven opgebouwd en dat leven is me heel veel waard,” gaat Jesse verder.
“Bovendien hou ik van je en zou ik het vreselijk vinden als ik je zou moeten missen.” Tranen wellen op in zijn ogen, wanneer hij Maartje aankijkt. Ze pakt zijn hand. Het is duidelijk dat zij een leven zonder hem ook niet ziet zitten.
“Maar wie heeft jullie vertelt dat je zonder elkaar moet, wanneer je geen geliefden meer bent?” vraag ik geïnteresseerd. Niet begrijpend kijken ze me aan. “Ik snap dat er in de maatschappij vaak zo wordt gedacht, het is aan of het is uit. Zwart of wit, zeg maar… Maar er zijn ook allerlei andere vormen,” leg ik uit. “Jullie gaan niet uit elkaar, omdat jullie een hekel aan elkaar hebben. Dus waarom zouden jullie dan niet als vrienden verder kunnen of elkaar als familie kunnen gaan zien?”
“Maar… dan verandert er alsnog van alles. En dat vind ik toch wel erg heftig,” sputtert Jesse tegen. “Ja, dat kan,” reageer ik, “maar dat hoeft niet. Wanneer je vrienden of familie bent, kan je namelijk ook samen op vakantie of in één huis wonen. Bovendien zijn er mensen die seks hebben met hun vrienden en een kind opvoeden met familie. Daar hoef je geen geliefden voor te zijn.”