Het is een prachtige lentedag, wanneer Ruth en Isabel aankloppen. Isabel is een jaar geleden vreemdgegaan en hun relatie heeft daar flink onder te lijden. Beiden geven aan met elkaar door te willen, maar op de één of andere manier lijken ze steeds verder van elkaar verwijderd te raken. Ze begrijpen niet goed hoe dat komt en zodoende zitten ze bij mij op de bank. Zo ver mogelijk bij elkaar vandaan.
“Je moet er op een gegeven moment wel een streep onder zetten,” begint Isabel. “Alles is er al over gezegd, elke vraag heb ik beantwoord. Ik heb je al honderd keer gezegd hoeveel het me spijt. Wat wil je nog meer bespreken?” Ruth is even stil. “Ik zit er gewoon nog mee en wordt er soms nog boos over, over hoe het gegaan is. Zoals laatst, toen je ergens anders ging eten dan je gezegd had. Ik werd daar weer heel onzeker van.”
Isabel rolt met haar ogen wanneer Ruth dit voorval noemt. “Nou moet je niet gelijk zo doen,” reageert Ruth. “Ik wil het er dan gewoon even over hebben. Ik snap niet waarom het hele onderwerp doodgezwegen wordt.” Isabel draait zich dan nog verder van haar weg. Ook Ruth kijkt uiteindelijk een andere kant op.