Santé – Smerige seks

Santé magazine | 0 Reacties

‘Is het misschien een idee om weer eens lekker lang te zoenen, zoals jullie dat aan het begin van jullie relatie waarschijnlijk ook wel deden?’ stel ik voor aan het koppel dat tegenover mij zit. ‘Uitgebreid zoenen zonder verder iets te moeten, kan er namelijk voor zorgen dat de opwinding toeneemt. Hierdoor kan er langzaamaan zin in meer ontstaan.’

Het seksleven van het stel loopt al een tijd niet goed. Ze hopen bij mij een oplossing voor dit probleem te vinden. Maar wanneer ik mijn voorstel doe, zie ik dat de één mij opgetogen aankijkt, terwijl de ander zijn neus optrekt. ‘Ik hou gewoon niet echt van zoenen’, begint hij. ‘Al dat speeksel, zo’n tong in mijn mond… Getver!’ Hij kijkt een beetje opgelaten naar zijn vriendin. Zij haalt haar schouders op. ‘Tja, dit is dus één van de problemen. Hij houdt er niet van als ik hem begin te zoenen. Maar ik vind dat wel fijn. Daarin vinden we elkaar dus niet.’ Ik richt me tot haar vriend. ‘Zeg, tijdens de seks, als je opgewonden bent… zoen je dan wel?’ Vanuit mijn ooghoek zie ik zijn vriendin driftig knikken. ‘Ja, dan wel,’ zegt hij een ineens vertwijfeld. ‘Best vreemd eigenlijk, maar dan vind ik het helemaal niet vies.’

‘Nou, zo gek is dat niet’, reageer ik geruststellend. ‘Wist je dat het gevoel van walging ons helpt om te overleven? Door dat gevoel blijven we namelijk weg van dingen die vies zijn of ons ziek kunnen maken.’ Ze luisteren aandachtig. ‘Nu is seks natuurlijk ook een beetje smerig. Mensen wisselen dan allerlei bacteriën en andere ziekteverwekkers uit. Het is daarom logisch dat we bij alles wat met seks te maken heeft walging kunnen voelen. Dat is precies hoe het hoort. Alleen is seks ook nodig voor ons overleven. Hier komt het gevoel van opwinding om de hoek kijken. Want wanneer je opgewonden bent, neemt de walging tijdelijk af. Hierdoor kunnen we toch allerlei seksuele handelingen uitvoeren die we anders misschien te smerig zouden vinden. Snappen jullie dat?’ Beiden kijken mij een beetje gespannen, maar begrijpend aan.

‘Nu vindt niet iedereen hetzelfde vies en raken we niet allemaal door hetzelfde opgewonden. Zo windt zoenende één juist op en heeft de ander opwinding nodig om te kunnen zoenen.’ Ze kijken elkaar even lachend aan. ‘Oké, we zijn hierin gewoon anders, maar we zijn beiden dus normaal?’ ‘Ja!’ zeg ik. ‘Maar uitgebreid zoenen is bij nader inzien niet het juiste startpunt voor jullie. Ik neem mijn voorstel terug. Laten we samen nog eens kijken waar jullie elkaar wel kunnen vinden en zoeken naar iets wat voor allebei opwindend kan zijn.’ Na deze zin nestelen ze zich weer rustig in mijn bank.


GEPUBLICEERD IN SANTÉ